Jaarlijks honderdduizenden tonnen CO₂ uit rookgassen halen, terwijl een bestaande installatie veilig en betrouwbaar blijft draaien. Bij CO₂-afvang komt veel meer kijken dan het toevoegen van één nieuwe installatie. Alle processen, leidingen, constructies en systemen moeten op elkaar aansluiten. Het zijn dit soort complexe vraagstukken waaraan onze engineers willen werken.
CO₂-afvang, -gebruik en -opslag – kortweg CCUS – speelt een belangrijke rol bij het verduurzamen van de industrie. Vooral bij processen die niet eenvoudig kunnen worden geëlektrificeerd, kan CCUS helpen om de uitstoot terug te dringen.
De technologie om CO₂ af te vangen is beschikbaar. De toepassing ervan is iedere keer anders. Hoe voeg je een nieuwe afvanginstallatie toe op een terrein waar nauwelijks ruimte over is? Hoe voorkom je verstoring van het bestaande productieproces? En hoe zorg je dat de installatie veilig en goed te onderhouden blijft?
Bij CCUS wordt CO₂ uit rook- of procesgassen gehaald. Afhankelijk van de eisen voor transport, opslag of hergebruik wordt de CO₂ daarna gezuiverd, gedroogd, gecomprimeerd en soms vloeibaar gemaakt. Vervolgens wordt de CO₂ via leidingen of schepen vervoerd naar een opslag- of gebruikslocatie.
Ieder onderdeel van deze keten heeft invloed op het volgende. De gekozen afvangtechnologie bepaalt bijvoorbeeld hoeveel energie, koeling en ruimte nodig zijn. Compressoren, leidingwerk, elektrische systemen en constructies moeten vervolgens zorgvuldig worden geïntegreerd in het totale ontwerp. Dat geldt voor zowel bestaande installaties als volledig nieuwe projecten.
Engineers bij Iv kijken daarom verder dan hun eigen discipline. Process, mechanical, piping, civil, structural, electrical en instrumentation engineers werken samen aan één integraal ontwerp. Een oplossing kan op zichzelf technisch kloppen, maar moet ook veilig te bouwen, te bedienen en te onderhouden zijn.
Een concreet voorbeeld is project Aurora van AEB Amsterdam. Bij de afvalenergiecentrale wordt gewerkt aan een installatie die met amine-technologie CO₂ uit rookgassen filtert. Vervolgens wordt de CO₂ samengeperst voor transport.
De beoogde afvangcapaciteit bedraagt 480 kiloton CO₂ per jaar. Dat is vergelijkbaar met de jaarlijkse uitstoot van ongeveer 200.000 huishoudens en circa 10% van de totale CO₂-uitstoot van Amsterdam.
De installatie moet worden geïntegreerd in een bestaande afvalenergiecentrale. Dat vraagt om een zorgvuldige afstemming met de aanwezige processen en infrastructuur.
Ook buiten de industrie worden stappen gezet om CO₂ op grotere schaal op te slaan. Zo is Porthos ontwikkeld om jaarlijks ongeveer 2,5 miljoen ton CO₂ te transporteren en op te slaan in lege gasvelden onder de Noordzee. De totale opslagcapaciteit bedraagt circa 37 miljoen ton CO₂.
Bij dit soort projecten ligt de oplossing niet vooraf vast. Engineers onderzoeken hoe installaties kunnen worden ingepast, beoordelen ontwerpen en brengen de gevolgen van technische keuzes in kaart.
Ervaring met complexe procesinstallaties is daarbij essentieel. Voor het compressiestation van Fluxys in Winksele verzorgde Iv bijvoorbeeld het volledige ontwerp, de engineering en de inkoop van equipment. Het station verwerkt grote gasstromen onder hoge druk en moest naast een bestaande installatie worden gebouwd, zonder de continuïteit van het netwerk in gevaar te brengen.
Hoewel het station nu voor gastransport wordt gebruikt, is vergelijkbare kennis van compressie, leidingwerk, veiligheid en systeemintegratie ook relevant voor toekomstige infrastructuur voor CO₂ en waterstof.
Bij Iv werk je aan projecten waarin verduurzaming en bestaande industrie samenkomen. Van CO₂-afvang en elektrificatie tot waterstofproductie en het slimmer benutten van energie en restwarmte.
Door de jaren heen hebben we een aanzienlijk trackrecord van projecten opgebouwd binnen de industrie.